Alle mensen willen Hongkong terug (1)

Chinees tussen de Chinezen, dat gevoel

WE WILDEN IN HONGKONG GEEN BRAVE HOTELKAMER maar liever een hoog appartement in een woud van priemende woontorens. Als het even kon met gemeenschappelijk dakterras vol draden en roestende airco’s. Alles voor de ervaring van je eigen was ophangen tegen het décor van een gore, geel-grijze Hongkong-hemel. Chinees tussen de Chinezen, dat gevoel.
We vonden een appartement in Sai Ying Pun op acht hoog met dakterras, bovenin een wolkenkrabbertje vol Hongkong-Chinezen en een handvol expatters.
Een appartement met dubbele deur, de buitenste – van zwaar gietijzer – sloot als een kluis met een klap die doorgalmde tot aan de Zuid-Chinese Zee.
Het uitzicht vanuit de woning was betoverend. Een horizon vol vaalgrijze honingraten met – in de avond – kleine oranje vensters waarachter werd geslapen, gewassen, gehuisrestaurant, getattoed, gesnoven en gekalligrafeerd, alles wat er maar in mijn koortsige verbeelding opgloeide.
Direct aan de overkant zweefde een dakterras vol aangevreten wasmachines en schotelantennes, een tafereel dat zo in Miss Saigon, The Musical kon. Kortom: met de feng shui was het dik in orde.