Op de derde dag van mijn verblijf in Stockholm begon ik langzamer te lopen. Ik maakte praatjes met vreemden. Ik kuste een beer.
‘Ruimte, rust en hout’ stamelde ik de derde dag als een bekeerling. ‘Dat is het geheim van de Zweden.’
Een Zweeds café of koffiehuis is zelden hipperig. Het is huiselijk en getooid met veel houtwerk in zachte tinten. De tafels en stoelen zijn van hout. Er zijn dekentjes voor als je het koud krijgt, ook voor binnen. Er klinkt geen harde muziek.
En belangrijk: de barista in Stockholm is nooit vervelend en zeurt nooit over zeldzame bonen, extractietijd en waterchemie.
De tafeltjes staan ver uit elkaar. Minstens twee meter. Er is gewoon meer ruimte in Zweden. Wat me opviel: de gasten zaten stil te genieten van hun koffie met gebak. Dat heet fika – bijna een ritueel.
Gesprekken zijn zacht. Geen luid geroep, niet elkaar aftroeven in felle discussies, geen gore grappen.

En dan het Scandinavische design, daar gaan we voor. Ooit perfect omschreven door Kees van Kooten op de populaire Bescheurkalender. ‘Zweeds design? Hun diepe lepel is onze platte.’ Je moet de zin drie keer lezen voordat je ‘m snapt. Neem vooral de tijd.
Zweeds bestek is rank, smal en bedachtzaam. Alsof elke hap tijd mag kosten. In Zweden mag het langzaam duren. Geen haast, gewoon stil genieten.
Zweden, Stockholm.
Ja, we gaan terug.
Maar wel in de zomer.